Over Eventing

De wedstrijd

 

Eventing

Paard en ruiter nemen gedurende meerdere dagen deel aan de wedstrijd, telkens in een verschillende discipline of fase.
Eerst moeten paard en ruiter een dressuurproef afleggen, waarin gehoorzaamheid, discipline, nauwkeurigheid en elegantie bewezen worden.
Daarna nemen ze deel aan een springproef of jumping, ontworpen om hun lenigheid en nauwkeurigheid op snelheid te testen.
Tenslotte moeten ze nog voldoende fit en atletisch zijn om een cross-country parcours af te leggen, waarin vaste natuurlijke hindernissen gesprongen worden binnen een vastgestelde tijd.
De Ground Jury draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid om te oordelen over de drie fases van de competitie.
De Afgevaardigde Dierenarts is verantwoordelijk om te verzekeren dat de FEI-reglementen worden nageleefd, de paarden fit zijn en in staat deel te nemen aan alle fases van de wedstrijd.

 

Competitieniveau

Internationale Eventingwedstrijden worden ingedeeld volgens hun moeilijkheidsgraad, aangegeven door een aantal sterren. Hoe meer sterren, des te complexer en fysisch-meer-eisend wordt elke fase.

Internationale Military Waregem is een 2-, 3- en 4-sterren-wedstrijd. De hoogste graad is 5-sterren, met wereldwijd slechts 6 zulke wedstrijden.

Zowel paarden als ruiters moeten zich kwalificeren op verscheidene wedstrijden van lagere graden om te mogen deelnemen aan hogere niveaus. Het kan meerdere jaren in beslag nemen om zulke kwalificatie te behalen.

 

Fase één : Dressuur (donderdag & vrijdag)

Dressuur is de eerste fase, waarin paard en ruiter een proef afleggen van welbepaalde bewegingen tussen merkpunten in een dressuur arena.

De proef in CCI(O)4*-S NC wordt beoordeeld door drie ground jury’s, die op verschillende punten rond het terrein zitten.

In de proeven voor CCI3*-S, CCI2*-S en CCI(O)J2*-S NC zijn er slechts twee juryleden.

Bij elke beweging zijn er maximum 10 punten te verdienen, en er is een bijkomende quotering voor de algemene indruk van de combinatie.

Het gemiddelde van de punten, toegekend door de jury’s, wordt weergegeven op 2 manieren: als een percentage (goede punten), dat de toeschouwers de mogelijkheid biedt in een oogopslag te zien hoe goed elke ruiter heeft gepresteerd, en als strafpunten (slechte punten), die toelaten dit resultaat te gebruiken voor het eindresultaat, door er de eventuele strafpunten uit springproef en cross-country bij te tellen. De dressuur-strafpunten zijn gelijk aan het verschil tussen het percentage en 100: b.v. 65% geeft 35 strafpunten.

 

Fase twee : Jumping (zaterdag)

Paard en ruiter moeten in de springproef snelheid, nauwkeurigheid en lenigheid tonen, door een parcours met een aantal hindernissen met losse balken te springen. Dit vereist dat zowel paard als ruiter uiterst fit en rustig zijn. Strafpunten worden opgelopen als er balken vallen of indien de omloop niet binnen de toegestane tijd beëindigd wordt.

Het totaal aantal strafpunten voor de springproef wordt bijgeteld bij de dressuur-strafpunten en meegenomen naar de cross-country test van de laatste wedstrijddag.

 

Fase drie : Cross Country (zondag)

De Cross Country is fysisch de meest veeleisende en spannendste fase van de hele wedstrijd.
Paard en ruiter moeten 20 à 25 natuurlijke en vaste hindernissen springen: hagen, grachten, waterpartijen, etc. …). De CCI(O)4*-S NC moet gereden worden aan een gemiddelde snelheid
van 570 meter per minuut (= 34,2 km/uur).

Het totaal aantal strafpunten voor de cross-country wordt bijgeteld bij de strafpunten van na de springproef, om het eindresultaat te bekomen.

 

Lees meer over ons

EVENTING

Paard en ruiter nemen gedurende meerdere dagen deel aan de wedstrijd, telkens in een verschillende discipline of fase.

Eerst moeten paard en ruiter een dressuurproef afleggen, waarin gehoorzaamheid, discipline, nauwkeurigheid en elegantie bewezen worden.

Daarna nemen ze deel aan een springproef of jumping, ontworpen om hun lenigheid en nauwkeurigheid op snelheid te testen.

Tenslotte moeten ze nog voldoende fit en atletisch zijn om een cross-country parcours af te leggen, waarin vaste natuurlijke hindernissen gesprongen worden binnen een vastgestelde tijd.

De Ground Jury draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid om te oordelen over de drie fases van de competitie.

De Afgevaardigde Dierenarts is verantwoordelijk om te verzekeren dat de FEI-reglementen worden nageleefd, de paarden fit zijn en in staat deel te nemen aan alle fases van de wedstrijd.